Jeroen Kool over Dammen
Dammen is toegankelijk voor jongere doelgroep
Naast schaken is dammen ook altijd een grote hobby geweest van Jeroen Kool. Net als met het schaken kwam hij in contact met het dammen op de basisschool. Zoals Jeroen Kool zelf zegt is zijn interesse in het dammen waarschijnlijk ontstaan door het feit dat dammen een van de klassieke denksporten is en daarnaast erg laagdrempelig.

Favoriete denksport
In het begin was het voor Jeroen kool nog een echte doe sport. Weinig nadenken en gewoon lekker zetten en snel spelletjes spelen. Naar mate hij ouder werd realiseerde jeroen Kool zich dat er bij dammen eigenlijk net zoveel denkwerk komt kijken als bij schaken. Alhoewel schaken op dit moment nog steeds zijn favoriete denksport is zal dammen altijd een speciale plek in zijn hart hebben. Het is tenslotte de eerste echte denksport die hij heeft geleerd en waardoor hij in contact is gekomen met het schaken.
Dochter en dammen
Op dit moment damt Jeroen erg veel met zijn jongste dochtertje. Met een leeftijd van bijna vijf is zij nog net iets te jong om met het schaken te beginnen en zodoende voldoet dammen prima. Zij vindt het echt ontzettend leuk, aldus Jeroen Kool.
Geschiedenis
Het oudste wat archeologen gevonden hebben – dat op dammen lijkt - is een lemen bord verdeeld in ruiten van 5000 jaar oud. Het spel werd gespeeld met kegelvormige stenen. Mensen zijn het er niet over eens of dit spel echt genoeg lijkt om het het eerste damspel te noemen.
De koningin van het Franse middeleeuwse schaakspel gaf haar naam aan het spel, namelijk ‘’fierges’’. Later werd de koningin ‘’dame’’ genoemd en werd het spel ‘’jeu de dames’’ genoemd. In het Nederlands werd het dammen en in het Duits ‘’damenspiel’’.
Het Engels dammen (ook wel Draughts) ontstond in de 12e eeuw. Daarbij gebruikte ze de stenen van Backgammon, het bord met 64 velden als speelveld en de manier van lopen van het spel Alquerque, een Egyptisch spel. Het oorspronkelijke dambord heeft 64 velden(tegenwoordig ook wel het kleine bord genoemd), maar in 1723 werd er door een Pool uit Parijs dammen bedacht op een bord van 100 velden. Dit wordt het Pools dammen genoemd en is het dammen wat wij spelen, tegenwoordig meestal internationaal dammen genoemd.
Het verhaal gaat dat Napoleon en zijn soldaten het een geweldig spel vonden en meenamen op hun veldtochten. Zo werd het Pools dammen een internationaal bekend damspel.
In Nederland wordt sinds de 16e eeuw Engels gedamd, later werd er ook Pools gedamd.
Spelregels
Beginsituatie
De 2 spelers zitten tegenover elkaar en hebben ieder 20 schijven. Deze worden verdeeld over het bord dat tussen de spelers in ligt. Het dambord moet zo gelegd worden, dat het hoekveld linksonder het donkere vakje is. Eén speler speelt met de witte schijven, de ander met de zwarte. Alle schijven worden verdeeld over de dichtstbijzijnde zwarte velden (dit geldt zowel voor de witspeler als voor de zwartspeler). Dit zijn dus de eerste 4 rijen. De tegenstander zet zijn schijven op de laatste 4 rijen, waardoor er in het midden 2 rijen leeg zijn.
Zetten
De schijven mogen alleen schuin naar voren worden geschoven. Ze komen dus altijd in de rij voor de oorspronkelijke rij, en ze kunnen gedurende het gehele spel uitsluitend de zwarte velden bezetten. Daarbij mogen ze niet over andere stukken heen. Wit begint. Verder geldt dat het aanraken van een schijf (of dam) betekent dat ook daarmee gezet moet worden
Slaan
Als een witte schijf schuin voor een zwarte ligt, kan de witte schijf niet op de plaats van de zwarte komen. Als het veld achter de zwarte schijf echter leeg is, kan de witte schijf wel over de zwarte schijf heen. Dit wordt slaan genoemd, en de zwarte schijf wordt van het bord genomen. In tegenstelling tot bij het 'normale' schuiven, mag er ook achterwaarts worden geslagen. Een belangrijke regel is: slaan is verplicht!
Als men geslagen heeft, kan men in dezelfde beurt doorslaan. Voorbeeld: op een schuine lijn staan achtereenvolgens de volgende schijven: een witte schijf, een zwarte schijf, een leeg veld, een zwarte schijf en een leeg veld. De witte schijf slaat de zwarte schijf, en kan vervolgens ook de tweede zwarte schijf slaan. Men mag tussentijds ook hoeken van 90 graden maken, waarbij men dus soms achteruit gaat in plaats van vooruit. Als men meerdere schijven kan slaan, geldt: meerslag gaat voor. Men moet zo slaan dat de meeste schijven van de tegenstander van het bord gaan. De geslagen schijven mogen pas van het bord weggenomen worden na het uitvoeren van de hele slag. Bovendien geldt dat bij een slag over meerdere schijven niet 2 maal dezelfde schijf geslagen mag worden.
Als de tegenstander kan slaan, en dat over het hoofd ziet, mag de speler aan zet zelf beslissen of alsnog geslagen moet worden, of dat het spel zo verder gaat zonder het slaan. Blazen, het weghalen van de schijf waarmee geslagen had moeten worden, geldt al lang niet meer als spelregel, hoewel het tegenwoordig in huis een nog vaak gebruikte regel is.
Dam
Als een schijf aan de basislijn van de tegenstander komt, de damlijn, kan hij niet meer vooruit. Er wordt een schijf bovenop gelegd. Vanaf nu heet deze schijf een dam. Een dam mag terug, en is niet beperkt tot een veld. De dam mag over meerdere velden op een diagonale lijn gaan.
Ook bij het slaan komt de kracht van een dam naar voren. Een dam mag een losstaande schijf of dam slaan die verder op dezelfde diagonaal staat. Er mag dan zelf bepaald worden op welk veld achter het geslagen stuk de dam tot stilstand komt. Als de dam op een veld tot stilstand kan komen waar er weer verder geslagen kan worden, mag de slag in dezelfde beurt vervolgd worden. Hierdoor kan er in een beurt een groot aantal schijven geslagen worden.
Als er zowel met een schijf als met een dam geslagen kan worden mag men kiezen waarmee geslagen wordt, mits men zich houdt aan de regel 'meerslag gaat voor'. Voor de meerslagregel tellen geslagen schijven even zwaar als geslagen dammen.
Een speciale situatie ontstaat wanneer de schijf in een zet de damlijn bereikt, maar nog door moet slaan (achterwaarts) en de schijf aan het eind van zijn zet niet meer op de damlijn is. In deze situatie wordt de schijf geen dam.
Einde van de partij
Het doel van het spel is om te zorgen dat de tegenstander geen reglementaire zet meer heeft.
Als iemand geen schijven meer heeft, heeft de tegenstander gewonnen. Ook als iemand niet meer kan zetten ('vast staat'), heeft de tegenstander gewonnen.
Als er geen mogelijkheid is om te winnen (bijvoorbeeld een situatie van beiden één dam) is het remise (gelijkspel). Tevens zijn er regels dat standen die bij goed spel niet meer te winnen zijn, remise worden verklaard na een aantal zetten. Bij twee dammen tegen één dam geldt dat het na vijf zetten remise is. In de situatie van drie stukken waaronder minimaal één dam tegen één dam is het na wederzijds zestien zetten remise.